Diabetische Voet Richtlijn

Doel van de afspraak

Richtlijn ter preventie en behandeling van een diabetische voet.

Doelgroep

  • (Wijk)verpleegkundigen en verzorgenden
  • Huisartsen
  • POH's
  • Medisch specialisten

Verklarende woordenlijst

  • Callus

Plaatselijke eeltplek die ontstaat als gevolg van een lang voortgezette (of regelmatig herhaalde) mechanische prikkeling, bijvoorbeeld bij slecht zittend schoeisel, waardoor de hoornlaag van de huid verdikt.

  • Clavi / Keratomen

Likdoorn / eeltpit.

  • HVZ

Hart- en vaatziekten.

  • Hyperkeratose

Abnormale verhoorning van de opperhuid, die vaak droog en schilferend is.

  • Limited joint mobility

Diabetes geeft stoornissen in de eiwitstofwisseling, dit kan leiden tot verstijving van de gewrichten in de voet, ook wel Limited Joint Mobility genoemd. Er is een slechtere afwikkeling van de voet en daardoor meer kans op drukplekken. Dit kan leiden tot voetdeformatie en callusvorming, geïnfecteerde ulcera en een Charcot voet.

  • Macro- en micro- angiopathie

Ziekten van de grote en kleine bloedvaten waarbij vernauwing en verstijving optreden.

  • Metabole stoornissen

Stofwisselingsstoornis.

  • Neuropathie

Sensibele neuropathie: minder gevoel van pijn, temperatuur en druk, waardoor een verhoogd risico op huiddefecten en verstoorde loopfunctie bestaat.

  • Motorische neuropathie: 

verslapping voetspiertjes en verandering stand van de voet waardoor er een klauw- of holvoet kan ontstaan. De druk wordt verhoogd en er kunnen drukplekken en ulcera ontstaan.

  • Autonome neuropathie: 

afname van de zweetsecretie waardoor de huid droog en schilferig wordt wat abnormale eeltvorming/ fissuren kan geven. Het verdwijnen van controle mechanisme vaattonus, waardoor warme, oedemateuze voet kan ontstaan.

  • Rhagaden

Kloven.

  • Ziekte van Dupuytren

De ziekte van Dupuytren of contractuur van Dupuytren (ook wel bekend als koetsiershand) is een aandoening waarbij zich een hard streng bindweefsel in de handpalm van de ringvinger, middelvinger of pink vormt. nische prikkeling, bijvoorbeeld bij slecht zittend schoeisel, waardoor de hoornlaag van de huid verdikt.

 

Algemene informatie

Definitie van een diabetische voet
Een diabetische voet is:
Een verscheidenheid van voetafwijkingen, die ontstaan ten gevolge van neuropathie, macroangiopathie, limited joint mobility en gevolgen van metabole stoornissen, die meestal in combinatie voorkomen bij patiënten met diabetes mellitus.
De meerderheid van de diabetische voetwonden zijn het gevolg van perifere neuropathie. Neuropathie leidt tot een ongevoelige voet, vormafwijkingen, een abnormaal looppatroon en stijve gewrichten met abnormale biomechanische belasting tot gevolg, waardoor callus (eelt) ontstaat. Perifeer arterieel vaatlijden in samenhang met een  klein trauma kan een ischemisch ulcus veroorzaken. Micro-angiopathie alleen is zelden de primaire oorzaak van een wond.


Kenmerken van een diabetische voet

  • Niet genezende wond. 

Door een verminderde bloed- en zuurstoftoevoer, genezen wondjes aan de voeten minder goed.

  • Verminderde sensibiliteit. 

Door een beschadiging van de zenuwen als gevolg van diabetes, kan het gevoel in de voeten verminderen of volledig uitvallen. Hierdoor worden wondjes vaak (te) laat opgemerkt. Deze kunnen vervolgens weer moeilijk genezen of gaan infecteren. Ook het tijdig signaleren van veranderingen als overmatige eeltvorming wordt lastiger.

  • Droge, schilferige huid met kloven. 

Ten gevolge van een zenuwbeschadiging kan de huid erg droog worden, schilferen en kloven gaan vertonen. 

  • Frequent voorkomen van infecties. 

Patiënten met diabetes hebben een verlaagde weerstand en hun voeten zijn hierdoor gevoeliger voor infecties. Hiertoe behoren onder andere schimmelinfecties en kalknagels.

  • Vormafwijkingen. 

Diabetes kan uitval van de kleine voetspieren veroorzaken, met als gevolg standveranderingen van de voet. Door problemen met de suikerstofwisseling kunnen de voetgewrichten stijf worden en minder goed functioneren. Dit geeft een groter risico op overmatige eeltvorming, dat weer kan leiden tot wondjes onder het eelt.


Een omschrijving van de beroepsgroepen die met diabetische voeten te maken krijgen vindt u in bijlage 2 van de richtlijn.

Preventie

Bij alle diabetespatiënten moeten minstens eenmaal per jaar de voeten onderzocht worden door een daartoe geschoolde zorgverlener. De frequentie van de screening wordt bepaald door de Simm’s classificatie:

 

Gemodificeerde classificatie Risico profiel Controle frequentie
0 Geen verlies PS* of PAV** 1 x per 12 maanden
1 Verlies PS of PAV, zonder tekenen van lokaal verhoogde druk 1 x per 6 maanden
2 Verlies PS in combinatie met PAV en/of tekenen van lokaal verhoogde druk 1 x per 3 maanden
3 Ulcus of amputatie in de voorgeschiedenis 1 x per 1 - 3 maanden

 

PS = protectieve sensibiliteit
PAV = perifeer arterieel vaatlijden

 

Vijf hoekstenen ter preventie van een voetulcus

  1. Jaarlijks onderzoek en herkenning van de voet met een verhoogd risico door een professional
  2. Gericht (voet)onderzoek bij patiënten met een verhoogd risico door de medisch pedicure/ podotherapeut 
  3. Schoeisel en andere hulpmiddelen bij abnormale belasting van de voet
  4. Follow-up en educatie afhankelijk van het risicoprofiel
  5. Regelmatige voetzorg bij een verhoogd risico

 

Zie voor een inschatting van het risico de Simm’s classificatie.
Een uitgebreide beschrijving van de preventie is te vinden in hoofdstuk 2 van deze richtlijn.

Diagnose

Classificeer de wond volgens het Universiteit van Texas Wond Classificatie Systeem:

 

Diepte  
Graad 0 Genezen wond of risicovoet
Graad 1 Oppervlakkige wond, niet tot pezen, kapsel of bot
Graad 2 Wond penetreert tot op kapsel of pees
Graad 3 Wond penetreert in bot of gewricht

 

Infectie/ischemie  
Stadium A Goed doorbloede, niet geïnfecteerde wond
Stadium B Niet ischemische geïnfecteerde wond
Stadium C Ischemische, niet geïnfecteerde wond
Stadium D Ischemische, geïnfecteerde wond

 

Behandeling

Een omschrijving van de taken van betrokken zorgverleners vindt u in bijlage 2 van de volledige tekst van de richtlijn.


De basisprincipes voor de behandeling van diabetische voetwonden zijn:
1.    Behandeling van perifeer arterieel vaatlijden
Ongeveer 50% van de mensen met een diabetische voetwond lijdt aan perifeer arterieel vaatlijden. Om dit uit te sluiten moeten alle patiënten met een diabetische voetwond gecontroleerd worden op symptomen van PAV, voetpulsaties, Enkel Arm Index (EAI) en teendruk. Bij ernstig perifeer arterieel vaatlijden moet altijd revascularisatie overwogen worden.


2.    Behandeling van infectie

  • Oppervlakkig ulcus (met infectie): flucloxacilline 500 mg 4dd po; 10-14dg.
    • Bij allergie betalactam: clindamycine 600 mg 3 dd po; 10-14dg.
  • Diepe ulcus met ernstige ontsteking van weke delen en bij systemische verschijnselen:
    • clindamycine 600 mg 3 dd iv + ceftazidime 1000 mg oplaaddosis en vervolgens 3000 mg/24 uur, iv continu.
    • Bij orale switch: ciprofloxaci

      ne 500-750 mg 2 dd per os + clindamycine 600 mg 3 dd po

De duur van de behandeling is afhankelijk van de klinische respons en of er sprake was van osteomyelitis: 2-4 weken.


3.    Streven naar normoglycemie
Het beleid wordt bij voorkeur bepaald aan de hand van nuchtere glucosewaarden.

Streefwaarden
  Capillair Volbloed Veneus Plasma
Nuchtere glucose 4 - 7 mmol/l 4,5 - 8 mmol/l
Glucose 2 uur postprandiaal  <9 mmol/l  <9 mmol/l
HbA1c  <53 mmol/mol  <53 mmol/mol

 


4.    Behandeling van comorbiditeiten
Factoren die nadelig zijn voor de wondgenezing, zoals een slechte voedingstoestand, roken en oedeem, dienen aangepakt/behandeld te worden. Diabetes patiënten met een diabetische voet hebben een sterk verhoogde mortaliteit. Cardiovasculaire risicofactoren dienen daarom goed behandeld te worden. 


5.    Off-loading van de wond
Off-loading heeft tot doel de druk van de wond of het risicogebied weg te nemen en te  verspreiden over de rest van de voet. Voor welke manier van off-loading wordt gekozen is afhankelijk van de plaats van de wond. De revalidatiearts is verantwoordelijk voor het offloading advies.


6.    Wondmanagement ter bevordering van de genezing
Bij een nieuwe diabetische voetulcus zonder evidente aanwijzingen voor infectie of ischemie dient de patiënt binnen 1-2 werkdagen te worden gezien door de VS/PA/wondconsulent. Zo nodig dient de patiënt verwezen te worden naar het eerstvolgende diabetische voetenspreekuur. Indien er sprake is van een acute situatie dient de patiënt dezelfde dag verwezen te worden naar de tweede lijn.

 

(Spoed)verwijzing

Bij een spoedverwijzing wordt de patiënt naar de vaatchirurg/VS/PA/ wondconsulent verwezen. Onder spoedverwijzing wordt verstaan:

  • Acute roodheid, meestal een oedemateuze diabetische voet (differentiaal diagnose: Charcotvoet, acute infectie bij diabetische voet zonder ulcus, spontane fractuur en acute ischemie).
  • Oppervlakkig of diep ulcus in combinatie met infectie en/ of ischemie.
  • Een gecompliceerde diabetische voet zoals, acute roodheid, een nieuw ontstane voetulcus, een infectie of septische voet, ischemie met weefselverlies of een ernstige voetdeformiteit

Indien het noodzakelijk is dat de patiënt een verwijzing naar het ziekenhuis krijgt, bel dan één van de onderstaande nummers:

 

Bronovo ZH 070-3124052
Groene Hart ZH 0182-505005
Haga ZH 070-2102735
LangeLand ZH 06-15077606
MCH Antoniushove 070-3574286
MCH Westeinde 070-3302240

 

De huisarts schrijft bij verwijzing naar de tweede lijn een brief, daarin moet het volgende opgenomen worden:

  • Een duidelijke vraagstelling.
  • Een overzicht van de huidige medicatie en de medicatie die in het verleden gebruikt is in het kader van diabetes mellitus, hyperlipidemie en/ of tensie; duur diabetes mellitus (wel/ niet insuline afhankelijk).
  • Een overzicht van de voorgeschiedenis. Voor verwijzing naar vaatchirurg/ diabetische voetenspreekuur: vasculaire interventies/ operaties, HVZ, myocardinfarct, hypertensie, TIA, CVA etc.
  • Een overzicht van relevante comorbiditeit; intoxicatie: roken/alcohol.
  • Bij voorkeur een recent risicoprofiel, in ieder geval een recente tensie, laatste labuitslagen met laatste glucose, HbA1c, vetspectrum en nierfunctie (diuretica gebruik Kalium).
  • Een overzicht van complicaties.
  • De AGB code van de verwijzende huisarts.

 

Patiƫntenfolder

Een folder voor de patiënt met een diabetische voet vindt u in pdf-formaat door hier te klikken.

Volledige richtlijn

De volledige tekst van de richtlijn is hier te vinden.

Ook is een samenvattingskaart beschikbaar.

Bronvermelding

Richtlijn Diabetische Voet, 2006
International Guidelines Diabetic Foot, 2011
Zorgmodule Preventie Diabetische Voetulcera, 2011
NHG Standaard Diabetes mellitus type 2, 2006
Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid 

 

 

Samengesteld door

De richtlijn is in december 2012 opgesteld door leden van het netwerk wondzorg in de regio Haaglanden. In de werkgroep waren de volgende disciplines  vertegenwoordigd: huisarts, revalidatiearts, verpleegkundig specialist, wond- en decubitusconsulent en medisch pedicure. 

Meer informatie