Werkprotocol diabetes apotheker

Doelgroep, eisen aan de apotheker en doelen

Door het verlenen van farmaceutische zorg draagt de apotheker bij aan het behalen van de algemene doelstellingen van diabeteszorg. Interventies door apothekers bij diabetespatiënten hebben een verlagend effect op de HbA1c-waarde. Deze interventies bestaan veelal uit een combinatie van diabeteseducatie, consultatiegesprekken en medicatiemanagement. 

 

Werkwijze farmaceutische behandeling

  • Universele preventie; Met informatiemateriaal en/of informatiecampagnes wordt een bijdrage geleverd aan maatschappelijke bewustwording over de oorzaken en gevolgen van diabetes. 
     
  • Selectieve preventie;Door het inzetten van een instrument voor risico-analyse (vragenlijst) in combinatie met de mogelijkheid tot bloedglucosemeting, draagt de apotheker bij aan de opsporing van mensen met diabetes. Jaarlijks wordt de diabetes-risicotest en de bloedsuikertest aangeboden in de apotheek. Er is een mondelinge werkafspraak hoe de afwijkende uitslagen gecommuniceerd worden met de huisarts.
     
  • Gestructureerde eerste, tweede en vervolguitgifte (via protocol/checklist uit Pharmacom) volgens ‘Eerste, Tweede en Vervolg Begeleidingsgesprek’ van de KNMP.
     
  • Controle co-medicatie en co-morbiditeit.
     
  • Informatievoorziening bij testmaterialen.
     
  • Eerste uitgifte instructie insuline en insulinepen volgens protocol (indien dit afgesproken is binnen het samenwerkingsverband).
     
  • Medicatiebeoordeling uitvoeren.
     
  • Controle van de voorschriften op basis van NHG-standaarden en KNMP richtlijnen.
     
  • Jaarlijks labwaarden opvragen indien dit niet automatisch in te zien is. Indien technisch mogelijk, afspraken maken over het doorsturen van de nierfunctie op het recept.
     
  • Controle bij verstoorde nierfunctie.
     
  • In de zomermaanden actief adviseren over hydratie (ouderen attenderen op regelmatig drinken ondanks dat de prikkel verminderd/weg is).
     
  • Adviseren over (dreigende) dehydratie (diarree, hittegolf, koorts Folder ‘Soms moet u uw medicijnen even overslaan’ uitdelen of beschikbaar stellen (dit is op te vragen bij de Nierstichting). 
     
  • Bij overmatig gebruik van incontinentie i.v.m. urinelozing en/of diarree alert zijn en hierop actie op ondernemen. Adviseren om tijdelijk metformine, diuretica, SGLT-2 en/of RAS-remmers te stoppen en contact op te nemen met de huisarts. Bij hartfalen diuretica tijdelijk halveren. 
     
  • Adviseer patiënten met een verminderde nierfunctie om bij (dreigende) uitdroging tijdelijk het gebruik van metformine, SGLT-2 remmers, diuretica RAS-remmers te stoppen en contact op te nemen met de arts. Adviseer de dosering van diuretica tijdelijk te halveren indien er sprake is van hartfalen als comorbiditeit.*
  • Adviseren van aanpassing van geneesmiddelen tijdens ramadan i.o.m. arts.
     
  • Werkafspraken maken met huisarts over doorgeven van HbA1c waarden i.v.m. begeleiding bij therapie-ontrouwe patiënten.
     
  • Bij >70 jaar HbA1c opvragen en indien van toepassing streefwaarde aanpassen op basis van de leeftijd.
  • Bij gebruik glibenclamide en glimiperide i.o.m. omzetten naar gliclazide 30mg 1dd of gliclazide 80mg meerdere keren per dag i.o.m. de arts. Tolbutamide is tweede keuze.
     
  • Indien bij stap 3 van de NHG een andere soort insuline dan NPH, contact opnemen met de arts en adviseren om het voorschrift aan te passen.
     
  • Controleren of statine gebruikt wordt en deze eventueel i.o.m. de arts toevoegen.
     
  • Informeer gebruikers van sulfonylureumderivaten en insulines over de risico’s op  hypoglykemieën en over omstandigheden die deze risico’s vergroten (zoals lichamelijke inspanning en alcoholinname).*
     
  • Adviseer diabetespatiënten ouder dan 60 jaar die een NSAID en/of prednisolon gaan gebruiken, om daarbij een protonpompremmer te gebruiken.* Overleg bij langdurig gebruik evt met de arts en/of maak hier werkafspraken over i.v.m. het recept.
     
  • Adviseer gebruikers van orale bloedsuikerverlagende middelen die een stootkuur van systemische glucocorticosteroïden krijgen, om bij hyperglykemische klachten en/of infectie de bloedsuiker in de namiddag te (laten) controleren. Adviseer deze waarde altijd te (laten) bepalen indien de behandeling met corticosteroïden langer dan 10 dagen gaat duren.*
     
  • Adviseer gebruikers van SGLT-2 remmers de inname (tijdelijk) te staken bij misselijkheid, braken en extreme dorst of bij een chirurgische ingreep en contact op te nemen met de arts.
     
  • Controle van formulier voor de vergoeding van GLP-1 en DPP4-remmers.
     
  • Verifieer bij de voorschrijver 6 maanden na het toevoegen van een DPP4 remmers, GLP-1 agonist of een SGLT-2 remmer aan de bestaande behandeling, of het betreffende middel gecontinueerd dient te worden.*
     
  • In de apotheek bijhouden wanneer de GLP-1 gestopt/heroverwogen dient te worden (36 maanden na start volgens het ZN-formulier). Dit kan als blokkade in het systeem gezet worden.
     
  • Geef, bij multidisciplinair overleg over de individuele patiënt die zijn HbA1c-streefwaarde niet haalt, een advies over het meest geschikte bloedsuikerverlagende middel. Houd hierbij rekening met diverse weegfactoren: de mate van HbA1c-daling, het werkingsmechanisme, leeftijd en kwetsbaarheid van de patiënt, de nierfunctie, het risico op hypoglykemieën, invloed op gewicht,  combinatiemogelijkheid met andere medicatie, comorbiditeit, patiënt voorkeur en – omstandigheden, de veiligheid op korte en langere termijn en het kosten- en vergoedingsaspect.*
     
  • Overleg met de arts bij het gecombineerd voorschrijven van ACE- met Angiotensine-II-remmers over nauwgezette monitoring van de nierfunctie, kaliumspiegel en bloeddruk. Ontraad de combinatie RAS-remmer en AT-II antagonist  indien er sprake is van diabetische nefropathie.*
     
  • Overleg met de arts bij een sterke afname (> 8 ml/min/jaar) van de nierfunctie, indien metformine, SGLT-2 remmers, RAS-remmers en/of diuretica gebruikt worden. Adviseer het gebruik van deze middelen (tijdelijk) te staken of de dosering te verlagen.* 
     
  • Maak afspraken met de arts over het doorgeven van patiënten die gedialyseerd worden omdat dit invloed heeft op de betrouwbaarheid van het HbA1c, het risico op hypoglykemieën en de dosering van de medicatie.*

Aanbeveling om binnen samenwerkingsverband taakverdelingsfaspraken te maken over farmaceutische zorg. Evt matrix toevoegen taakverdeling.

*Overgenomen van de KNMP richtlijnen Diabetes versie oktober 2018 

Voorlichting, informatie en educatie

n.v.t.

Criteria overleg en terugverwijzing

n.v.t.

Inhoudsverantwoordelijke / samensteller

Suzanne Bakker, kaderhuisarts diabetes. 

Het totale ketenzorgprogramma met daarin de transmurale afspraken is te downloaden via deze link.

Bronnen

KNMP richtlijnen Diabetes versie oktober 2018